Presentatie Oud land nieuwe dorpen

Roger Crols geeft in zijn presentatie Oud Land Nieuwe Dorpen een beeld van de wederopbouw van de oostelijke Betuwe. Een voor Gelderland uniek gebied dat opvalt door haar het grote aantal geheel of gedeeltelijk herbouwde kernen, kerken, tuinwijken en honderden herbouwde boerderijen uit de jaren 1946-1955. Het gebied valt bovendien op doordat de architectuur en stedenbouw in hoge mate bepaald zijn door de opvattingen van de Delftse School. Het gebied heeft dan ook een geheel eigen identiteit. Aandacht wordt onder meer besteed aan hoe deze belangrijke fase in de geschiedenis van het gebied een rol kan spelen bij ruimtelijke ontwikkelingen zoals het Park Lingezegen.

De Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed heeft in 2012 een lijst bekend gemaakt van 30 wederopbouwgebieden die van nationaal belang zijn. Daarvan liggen er drie in de provincie Gelderland, namelijk de binnenstad van Nijmegen en het ruilverkavelingsgebied Maas & Waal-West in de gemeente West Maas & Waal, en (de ruilverkaveling) Beltrum I/II in de gemeente Berkelland.

De oostelijke Betuwe is een gebied  dat op deze lijst van waardevolle wederopbouwgebieden niet voorkomt, namelijk het deel van de Betuwe gelegen tussen Tiel en Doornenburg. Dat juist ook dit oostelijke deel van de Betuwe  van bijzondere betekenis is binnen het Gelderse wederopbouwerfgoed is gebleken uit onderzoeken uitgevoerd door het Gelders Genootschap in opdracht van diverse Gelderse gemeenten tussen 2005 en 2014.
De oostelijke Betuwe is een gebied met een voor Gelderland geheel eigen en unieke identiteit die nog steeds in hoge mate wordt bepaald door het architectonische, stedenbouwkundige en landschappelijk erfgoed uit de jaren tijdens en kort na de Tweede Wereldoorlog. Indien men daarbij de steden Arnhem (Markt e.o. / Presikhaaf, Fliegerhorst Deelen), Nijmegen (centrum door Rijk aangewezen als een van de 30 nationaal van belang zijnde wederopbouwgebieden) en Wageningen (Markt e.o) met hun rijke erfgoed uit de wederopbouwjaren meerekent blijkt dat de provincie Gelderland hier beschikt over een uniek gebied voor wat betreft de wederopbouwjaren waarbij het accent ligt op herstel van oorlogsschade. Gelderland was aan het einde van de Tweede Wereldoorlog de zwaarst getroffen provincie in Nederland voor wat betreft het aantal oorlogsslachtoffers. Het kerngebied wordt gevormd door het Gelderse rivierengebied, met als zwaartepunt de oostelijke Betuwe en de steden Tiel, Wageningen, Arnhem en Nijmegen. Het strategisch belang van dit gebied blijkt al eeuwenlang uit militaire bouwwerken en linies als de Limes, de Betuweline, de Nieuwe Hollandse Waterlinie (fort Pannerden) en niet te vergeten de IJssellinie.
 
In de oostelijke Betuwe had de wederopbouw tot dan toe ongekende en snelle veranderingen tot gevolg. Een groot aantal dorpen en ook het stadje Huissen werden geheel of gedeeltelijk herbouwd. Een van de best bewaarde voorbeelden is het dorpje Ochten. Bij de wederopbouw betekende in de praktijk ook het benutten van kansen: kansen om langgerekte lintdorpen om te vormen tot meer compacte woonkernen en kansen om de agrarische bebouwing op te waarderen en het landbouwbedrijf te moderniseren.
Bij de herbouw waren tal van landelijk bekende architecten en stedenbouwkundigen betrokken waaronder Verschoor, Van Straaten, Sluijmer, Nix, Leeuwenberg, Valk en daarnaast tal van lokale grootheden. Kenmerkend is tevens de homogeniteit van de architectuur. Vrijwel alles uitgevoerd is in de stijl van de Delftse School zowel voor wat betreft de stedenbouwkundige opzet van de dorpen als de architectuur van de bebouwing.
Als gevolg van de oorlogshandelingen werden ook tientallen kerken verwoest als gevolg waarvan het gebied nu het grootste aantal wederopbouwkerken kent in de provincie Gelderland. Deze zijn vrijwel allemaal van een uitzonderlijk hoge kwaliteit in vergelijking met de rest van de provincie. Daarnaast verrees een relatief groot aantal hoogwaardige woningwetcomplexen met een streekeigen architectuur en een aan tuindorpen ontleende stedenbouwkundige opzet. Bovendien werden in het gebied een  groot aantal  (regio ca. 800, oostelijke Betuwe ca. 500) boerderijen herbouwd of hersteld (bron: Sophie Elphers Meertens Instituut). Ook de latere ruilverkavelingen hadden grote gevolgen voor het landschap.

Meer informatie

reacties

reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.