Schuren, een visuele bijdrage of landschaps-verrommeling?

Schuren in Oost-Nederland, ze zijn er in allerlei vormen en maten. Soms draagt een schuur, hoe vervallen en verweerd ook, bij aan een visuele kwaliteit, maar soms ook aan een verrommeling van het landschap. Zo zijn er relatief kleine schuren en  talloze oude (fiets)schuren naast huizen die op de één of andere manier één geheel vormen met het huis en of de omgeving. Wat maakt het nou dat dit soort van schuren niet voor verrommeling zorgen, maar wel bijdragen aan ruimtelijke kwaliteit? Is het de kleinschaligheid, het mos dat op de daken groeit of het hout dat verweerd is?! 

Daarnaast zijn er grote schuren, zoals veehouderij stallen en kassen. Veelal door de grootschaligheid is een dergelijke stal moeilijk in het landschap in te passen en gelegen in een uitgekleed landschap zorgt dit voor verrommeling  (Bron; Harro de Jong, Groot Apeldoorns Landschaps Kookboek, 2012). 

Voor  afbeeldingen van diverse schuren  kan ik verwijzen naar het boek van  Lyde de Graaf, ‘De geur van carbolineum’, 2011. Wellicht dat u aan de hand hiervan een oordeel kan vormen over de essenties die een schuur moet hebben teneinde een bijdrage te kunnen leveren aan de ruimtelijke kwaliteit, ik hoor het graag. 

Foto: Harry Gerritsen 

 

 

reacties

reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.