Wat heb je als organisatie nou aan natuur?

De A348 / N348 van Zutphen naar Arnhem, of omgekeerd zo u wilt... Een prachtige weg die de diversiteit en grandeur laat zien van deze regio; het coulissen landschap van de IJssel aan de ene kant en de paarse beuken en de vorstelijke Veluwerand aan de andere kant.

 Gisteren reed ik terug naar Arnhem. Door wegwerkzaamheden was maar een rijbaan beschikbaar. Het was rustig op de weg en daardoor kon ik het landschap om me heen goed in me opnemen. ‘Nét wat wij eigenlijk doen met ons werk’ dacht ik toen ik, gedwongen door de smalte van de weg en de metalen noodvangrails aan beide kanten, nóg langzamer ging rijden.

Als creatief beeldaanjager maak ik samen met mijn partner* binnen organisaties ruimte om te vertragen zodat men beter kan kijken naar wat er ís. Landschap en de manier waarop we kijken naar landschap en hoe we dat lezen als (mede)drager van de identiteit van een gebied, gebruiken we steeds vaker als metafoor binnen organisaties. Daarbij maak ik onderscheid tussen natuur en landschap. Natuur is voor mij het totaal aan planten, beestjes, bomen, bodem, water en lucht. Landschap is voor mij gecultiveerde, ingerichte natuur. Natuur gaat daarbinnen haar eigen gang. Het belang dat we in natuur en landschap stellen is onlosmakelijk verbonden met de verstedelijking van het landschap. Hoe we omgaan met landschappelijke ruimte zegt veel over de tijd waarin we leven.

In zijn recente stuk van 8 juli "De grond wordt (te) duur betaald", maakt Luuk Oost de terechte opmerking dat ‘het wel duidelijk is dat natuur altijd een ander verhaal dan zichzelf nodig heeft om zich enigszins staande te houden in het economische geweld.’ Natuur vertegenwoordigt immers weinig economische waarde. Luuk vraagt zich af of natuur op andere manieren aan verdienende functies kan worden gekoppeld. 

Terug denkend aan het langzamer rijden op die A348 denk ik dat een intrinsieke waarde van natuur is dat die er ís!

Ik zie mogelijkheden om onze ambivalente houding ten opzichte van natuur en haar ‘ogenschijnlijk’ geringe economische waarde toch iets te kantelen naar een fundamenteler besef en waardering voor de waarde die niet rechtstreeks in geld is uit te drukken, maar die wel degelijk veel hoger is dan we vermoeden.

Immers; er wordt binnen organisaties een vermogen uitgegeven aan trainingen, aan reorganisaties, herstructureringen, implementaties van nieuwe modellen, brainstormsessies voor steeds weer nieuwe stippen aan verlokkende horizons...

Wat als we het landschap en zijn natuur zien als een groot natuurlijk model: een model waar we leentjebuur kunnen spelen en waarvan we kunnen afkijken hoe natuurlijke processen verlopen? Waar we leren, als metafoor, wat bodemprocessen betekenen. Waarom groeien zaken soms tegen de klippen op? Ondanks of dankzij arme of verkeerde grond en bodemstructuren. Hoe belangrijk diversiteit is voor de vitaliteit en veerkracht van een bepaalde biotoop.

Wat als we middelen die we steken in dat landschap zien als mede-investering en ontsluiting van andere kennis; kennis die van waarde is voor innovatie, duurzaamheid en voor het vasthouden van sociaal kapitaal? En is de waarde van natuur dan nog steeds economisch laag? Kunnen we de potentie en de kennis van deze processen beter ontsluiten en niet alleen maar door te kijken door aparte frames van recreatief vertier, nuttige landbouwopbrengst, infrastructuur of een rood gebied voor projectontwikkelaars?

Wat als we de kennis over het landschap écht gaan mengen? Zowel de kennis van de gebruiker, de boer, de bioloog, de wetenschapper, de erfgoedbeheerder, de boswachter, de recreant, als de kennis van de natuur zelf. 

Wat doet de bodem, wat is onze humuslaag, wat zaaien we, wat komt op, in welk seizoen past iets het best, wat zijn natuurlijke vrienden, wat ligt elkaar minder goed? Wat doet de waterhuishouding? Wat ligt er braak, wat moeten we investeren en wanneer? Hoe delen we opbrengsten en hoe zorgen we dat dat morgen óók nog kan?

En wat als we dan die kennis symbolisch terugbrengen in de wijze waarop je als bedrijf je landschap inricht...

Daarvoor kun je een spreekwoordelijke heisessie opzetten. We kunnen ook beginnen met wat langzamer te gaan rijden. En dan kijken, koesteren én integraal inzetten van dat wat er al ís. En dat is in deze regio onmetelijk veel!

*De auteur is samen met Maarten Scheffer oprichter van Vonk, strategic Art thinking. Klik hier voor meer informatie

 

 

reacties

reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.