Vragen bij de Achterhoek Architectuurprijs (deel 2)

Het eerste deel van dit verhaal besloot ik met de opmerking “dat niet steeds direct duidelijk is waarom het ene gebouw wel en het ander niet is geselecteerd of genomineerd.”. Het is natuurlijk ook niet makkelijk, al die middelmatige gebouwen, die allemaal zo hun eigen aantrekkelijkheid en tekortkomingen hebben te vergelijken en daar dan winnaars en verliezers uit te kiezen. De jury heeft zich daar elegant uitgered door ‘soberheid’ in dit crisisjaar als de centrale kwaliteit voor het voetlicht te halen. De goede soberheid dan, die van de aandacht, het geïnspireerde ‘less is more,’ en niet de soberheid van de angst en gemakzucht. In dat perspectief is er een zéér gepaste winnaar.  

Toch rijst de vraag of een Achterhoekse architectuurprijs op deze manier wel zin heeft. Elk jaar moet het wéér. Bovendien, is er wel iets Achterhoeks aan de plannen? Zelfs de schuren van Willem Grotenbreg en Sander Giessen kunnen overal staan. Alleen de DRU appartementen van Koos van Lith en de Loftstory van Olthof zet je niet zomaar ergens anders neer, maar ook daar zit in de vormgeving van het nieuwe niets wat specifiek is voor deze regio. Waarom eigenlijk een Achterhoek architectuurprijs? Om de Achterhoekse bouwwereld in het zonnetje te zetten? Dat blijkt lastig als de gebouwen zo middelmatig zijn.

De avond van de prijsuitreiking ging veel aandacht uit naar de sponsors van de prijs, waarvan er enkele dreigen af te haken. Waarom haken ze af? Crisis? Juist in dit soort tijden is het van het grootste belang dat er innovatief en creatief wordt nagedacht. Juist nu zouden sponsors mee moeten blijven doen met het zoeken naar vernieuwende kwaliteit in de bouw. Maar daar moet de prijs danook wel aan bijdragen. Eén van de sponsors was vertegenwoordigd met twee gebouwen die de eerste selectie niet konden doorstaan, daar ligt een kans: zou de prijs de kwaliteit van het opdrachtgeverschap kunnen ondersteunen ? Kennelijk kunnen de partijen die deze prijs belangrijk genoeg vinden om eraan mee te betalen dat goed gebruiken. 

Maar de organisatoren van de avond maakten het hen wel moeilijk. Nico Nelissen gaf een eindeloze opsomming van wat er allemaal is veranderd in de postmoderne stad, maar dat zei helemaal niets, niet over de Achterhoek, en niet over wat er gebeuren moet, wat er gedáán kan worden in deze tijden van crisis. En de serie explosies waarmee de Guitpoort in Doetinchem een manifestatie over film en architectuur aankondigde (3 februari 2013) hielp ook niet bepaald. De boodschap die overkwam was: wég met al die architectuur! Ook het muzikaal intermezzo had, zo mooi als het was, niets met de Achterhoek te maken. Hoewel de titel van het stuk misschien toepasselijk was: “There must be someway out of here”  

Het vervolg van “Vragen bij de Architectuurprijs Achterhoek editie 2012” vindt u in deel 3 (nog niet gepubliceerd). Deel 1 vindt u via deze link.

reacties

reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.