Vandaag werken aan het landschap van morgen

‘Dienst Landelijk Gebied werkt vandaag aan het landschap van morgen’ is het motto waarmee de inmiddels vijfenzeventigjarige rijksdienst Nederland tegemoet treedt. Sinds kort is de Dienst Landelijk Gebied (DLG) vertegenwoordigd in de redactie van de website Gelders Bouwmeesterschap. Bij wijze van introductie gaat deze eerste bijdrage in op het werk van de DLG.

Werken aan het landschap van morgen. Voor mij is dat niet alleen een prachtige, maar ook een heel uitdagende opdracht. Het landschap is immers constant in verandering. Bewoners, boeren en bestuurders hebben altijd weer veranderende wensen en meningen. Al die verschillende perspectieven op het buitengebied waar we wonen, werken en recreëren, maken het werken aan het landschap tegelijkertijd een lastige opgave. Het gaat er steeds om zorgvuldig nieuwe kwaliteiten toe te voegen, of juist bestaande te bewaren. Samen op zoek - met de kenmerken van het gebied in kwestie als uitgangspunt – is voor mij de essentie van het werken aan ruimtelijke kwaliteit. Bij de DLG zijn we daar dagelijks mee in de weer.

Het is ook goed om stil te staan bij het werk van gisteren voor het landschap van vandaag. Bij mijn werk vind ik het een grote eer om in de voetsporen te treden van ontwerpers die de achterliggende decennia onze cultuurlandschappen mede hebben vormgegeven. Een taak die al vroeg in de twintigste eeuw is begonnen bij het toenmalige Staatsbosbeheer met de zorg voor de beplanting langs wegen. In die tijd zette ingenieur Overdijkink met praktische adviezen en voorbeelden (“niet zo, maar zo”) de ‘landschapsverzorging’ op de kaart. Later is dat met impulsen van mensen als Van Benthem, De Jonge en De Vroome uitgegroeid tot het vakgebied van de landschapsbouw. Zeg maar de praktische kant van de landschapsarchitectuur voor het landelijk gebied.

Ontwerpstudie voor de ruilverkaveling Tielerwaard-West van de
afdeling Landschapsbouw van Staatsbosbeheer. 

 

Prachtige voorbeelden uit die tijd, zoals het werk van Van Benthem en De Jonge voor Walcheren en de Deltawerken of de typische “Harry de Vroome landschappen” van de Drentse ruilverkavelingen, behoren inmiddels tot de iconen van het ontwerpende vakgebied. Vanaf de zeventiger jaren groeide het landschapsontwerp steeds meer uit tot ‘teamwork’, met minder een persoonlijke stempel van één landschapsarchitect. Wat bleef is de permanente zoektocht en nieuwsgierigheid naar de juiste samenhang tussen behoud van bestaande en ontwikkeling van nieuwe kwaliteiten. Bij rijkswegen heeft dat tot de verbeelding sprekende ontwerpen geleid. Denk bijvoorbeeld aan de prachtige landschappelijke enscenering van de A1 tussen Deventer en Twente of van de A2 in het rivierengebied. Het Lingebos in de Tielerwaard geldt als één van de best geslaagde recreatiegebieden uit de periode van de ruilverkavelingen. Gelukkig is deze erfenis de laatste tijd in mooie boekwerken vastgelegd.[1] Een groot deel van de ‘landschapsplannen’ – de vroegste stammen uit de jaren dertig - ligt nu ter inzage in de archieven van de speciale collecties van de bibliotheek van Wageningen UR.[2] De resultaten van veel van die projecten zijn door wijlen Peter van Bolhuis vanuit de lucht gefotografeerd. Dit werk is eind vorig jaar integraal in een boek vastgelegd[3].

Terugkijkend zijn er wat mij betreft uit deze traditie twee belangrijke lessen te leren voor de hedendaagse praktijk. Allereerst is dat de aandacht voor de uitvoering, de feitelijke realisatie ‘in het veld’, , waar het landschap wordt ‘gemaakt’. Bij het werken aan onze landschappen is dat hetgeen uiteindelijk telt. Niet alleen vraagt dat in alle fasen van het ontwerpproces – van planvoorbereiding en planvorming tot realisatie en beheer – goede en consequente kwaliteitsborging. Het vraagt ook kennis en kunde op het vlak van detaillering en materialisatie, en daarmee een herwaardering voor de ambachtelijke aspecten van de ontwerpdisciplines. Voor de ‘landschapsverzorgers’ van het eerste uur waren juist dat de belangrijkste instrumenten.

Het landschapsplan ruilverkaveling Lievelde, Achterhoek
(Harry de Vroome, 1942) uit de collectie van de speciale
collecties van de bibliotheek van Wageningen UR.

 

Als tweede les geldt de rol van het ontwerp in de planologische processen en procedures. Het kernpunt voor mij is dat ontwerpers samenhangende – eventueel alternatieve - ruimtelijke beelden schetsen: hoe kan het landschap van de toekomst eruit komen te zien en functioneren? Juist dergelijke beelden geven bestuurders en burgers essentiële inzichten bij het verkennen van en besluiten over de ruimtelijke ontwikkeling van een gebied. De ‘landschapsbouwers’ als Sijmons, Van Nieuwenhuijze, Kerkstra en Vrijlandt hebben die strategie ingezet bij hun plannen voor het rivierengebied (Plan Ooievaar) en de Achterhoek en daarmee de bakermat gelegd voor ‘casco concept’ en ‘lagenbenadering’.

Het landschapsplan voor de Achterhoek van Kerkstra en Vrijlandt uit 1988;
uitwerking van het “casco-concept” voor dit deel van Gelderland en sindsdien
richting bepalend voor veel landinrichtingsplannen voor de zandgebieden van Oost-Nederland.

 

Kortom, we hebben als landschapsontwerpers bij de DLG rijke inspiratiebronnen voor ons dagelijks werk; wij staan op sterke schouders. Op deze website zal ik de komende maanden een bloemlezing presenteren van de ontwerpprojecten in de provincie Gelderland. Van regionale tot lokale schaal, van stad tot land: een breed scala aan thema’s passeert daarbij de revue en geeft een voorproefje van onze bijdrage aan het landschap van de toekomst.

 

Michaël van Buuren, hoofdontwerper Dienst Landelijk Gebied, Regio Oost


[1]  Zie bijvoorbeeld: “Het landschap van de landinrichting” (R. De Visser, Wageningen 1997); “Buitenruimten; ontwerpen van Nederlandse tuin- en landschapsarchitecten na 1945” (M. J. Vroom, Bussum, 1992); “Kneedbaar landschap, kneedbaar volk. De heroïsche jaren van de ruilverkavelingen in Nederland” (G. Andela, Bussum, 2000,); “Maakbaar Landschap; Nederlandse landschapsarchitectuur 1945-1970” (M. Steenhuis en F. Hooimeijer (red.), Rotterdam, 2009).

[2]  Zie de site: http://library.wur.nl/speccol/. De landschapsplannen zijn ontsloten via de database TUiN op de site van de afdeling speciale collecties van de bibliotheek van Wageningen UR.

[3] “Peter van Bolhuis, bevlogen landschap” Uitgeverij Blauwdruk, Wageningen, 2010.

 

reacties

reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.