Particulier Opdrachtgeverschap - het nieuwe panacee voor ruimtelijke kwaliteit?

Het Rijk wil al jaren het aantal woningen dat door particulieren zelf wordt gebouwd vergroten. Naar aanleiding van de motie Duivesteijn en Gabor heeft de regering zelfs beleid ontwikkeld om de rol van de consument als opdrachtgever in de woningbouw te versterken. Toch komt particulier opdrachtgeverschap op landelijk niveau, maar ook in Gelderland, niet op grote schaal van de grond. Terwijl op verschillende plekken goede resultaten door zelfbouwers zijn gerealiseerd. 
 
Reden voor Gelders Bouwmeesterschap om op zoek te gaan naar de succes- en faalfactoren van particulier opdrachtgeverschap (PO). In dit artikel wordt het project Roombeek in Enschede, één van de meest succesvolle PO-projecten in Nederland, bezocht. In het najaar zullen diverse Gelderse projecten volgen.
 

Komt zelfbouw wel van de grond?
‘Wat haal je jezelf toch op de nek’ is een veel gehoorde uitdrukking van vrienden en kennissen van iemand die zijn eigen huis gaat bouwen. Deze uitspraak is geen losse flodder. Uit onderzoek van WoonKennis (www.woonkennis.nl) blijkt namelijk dat maar 11 procent van de woonconsumenten bij de aanschaf van de volgende woning gebruik wil maken van particulier opdrachtgeverschap. Bijna vier op de tien wil dat ´misschien´. Het meest genoemde voordeel is dat de woning naar eigen wens kan worden ingedeeld. Van de consumenten beantwoordt 24 procent niettemin ‘nee’ op de vraag of bij koop van een woonhuis particulier opdrachtgeverschap een optie is. Nog eens 26 procent kiest voor ‘niet/geen mening’. Uit dit onderzoek blijkt opnieuw dat PO in Nederland nog niet definitief is doorgebroken. Dit in tegenstelling tot bijvoorbeeld België en Duitsland waar een rijke traditie is met zelfbouw. Hierbij moet wel worden opgemerkt dat deze traditie vooral op het platteland bestaat. Ook in Duitse en Belgische steden is het net als in Nederland veel moeilijker voor particulieren om zelf te bouwen. Meerdere factoren, zoals schaarste, hoge grondprijzen en grond die in handen zijn van gemeenten, corporaties en projectontwikkelaars, spelen hierbij een belangrijke rol. Een positieve uitzondering in het Nederlandse stedelijk gebied is Roombeek in Enschede.

 
Roombeek
Vanaf de Tweede Wereldoorlog zijn praktisch alle grote projecten in Nederland uitgevoerd door bouwbedrijven en projectontwikkelaars. Door na de vuurwerkramp de herontwikkeling van Roombeek grotendeels uit te voeren via particulier opdrachtgeverschap is in Enschede een voor Nederlandse begrippen uniek project ontstaan. Roombeek is nu praktisch af en bestaat uit zeer gevarieerde woonmilieus; rijtjes woningen, stadsvilla’s, vrijstaande woningen. Er is van alles te vinden. Het overgrote deel is zelf gebouwd door particulieren, bijna 400 zelfbouwers hebben een woning gerealiseerd.
Wat direct opvalt aan Roombeek is de aanwezigheid van veel voorzieningen (scholen, musea, buurtcentrum, winkelcentrum etc.) en natuurlijk de variëteit aan architectuur. Op een aantal plekken in de wijk (Museumlaan en Lonnekerspoorlaan) is hoofdzakelijk gekozen voor vernieuwende en attractieve architectuur. Wie echter iets langer kijkt ziet dat in de achterliggende woonstraten nog steeds overwegend voor traditionelere architectuur is gekozen. Over het geheel genomen kan ongeveer 70 procent van de woningen geclassificeerd worden als catalogusbouw. Dat wil zeggen dat woningen door particulieren uitgezocht zijn bij een bouwbedrijf zonder tussenkomst van een architect. Daar is op zich niets mis mee, alleen is het vaak een gemiste kans. Het blijkt namelijk dat in de delen waar met een architect is gewerkt juist veel meer ruimtelijke kwaliteit is gerealiseerd, omdat zij bij het ontwerpen van de woning veel meer rekening hebben gehouden met de omgeving. De woningen bewegen bijvoorbeeld mee met de weg of er is op creatieve wijze privacy gecreëerd. De cataloguswoningen daarentegen zijn vaak letterlijk tegen de buurman of weg aangedrukt (zei afbeelding). Dit doet de ruimtelijke kwaliteit geen goed. Navraag bij de gemeente leert dat rond de Museumlaan en Lonnekerspoorlaan het werken met een architect verplicht was, onder stedenbouwkundige supervisie van Pi de Bruijn. In de meeste andere delen van de wijk was hiervan geen sprake.

 
Sociaal duurzaam
Roombeek is een geweldige wijk geworden. Het is een sociaal duurzame wijk, vooral doordat flink geïnvesteerd is in diverse voorzieningen. Maar natuurlijk ook door het stempel dat de bewoners zelf door het bouwen van hun eigen woningen op de wijk hebben gedrukt. Verder valt op dat ruimtelijke, stedenbouwkundige en architectonische sturing in bepaalde deelgebieden heeft geleid tot meer kwaliteit. Daar waar geen beperkingen golden, was zeker geen sprake van ‘Belgische toestanden’, maar wel van een aantal kwaliteitsmissers. Je zou kunnen stellen dat de gemiddelde bewoner nog te conservatief was om het avontuur met een architectuur aan te durven. Rijst de vraag hoe dat zit met Gelderse projecten. Is daar sprake van meer durf? Meer ruimtelijke kwaliteit? In een volgend artikel zal een Gelders project onder de loep worden genomen.

Suggesties voor een project? Laat dan u boodschap bij dit artikel op de site achter.

 
Robert Lautenbach
 
 
Voor meer informatie over de Lonnekerspoorlaan, klik hier
 
Bronnen
RIGO Research en Advies BV, Particulier opdrachtgeverschap in de woningbouw., Amsterdam (1999). VROM, Nota ‘Mensen, Wensen, Wonen’. Den Haag (2000).  
 

reacties

reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.