Nieuwe landgoederen - ruimtelijke kwaliteit is er niet bij gebaat

Nieuwe landgoederen en het begrip ruimtelijke kwaliteit zijn op het eerste gezicht zeer nauw met elkaar verbonden. Toch ga ik de stelling aan dat met het aanleggen van nieuwe landgoederen de ruimtelijke kwaliteit van Gelderland weinig vooruit gaat. De moeizame praktijk laat zien dat de doelen van dit beleid niet gehaald worden en dat het platteland, waar de nieuwe landgoederen doorgaans ontwikkeld worden, om heel andere ingrepen vraagt om haar kwaliteiten te versterken.
 
Michaël Meijer

Provincie Gelderland is met negen voorbeelden vertegenwoordigd in de publicatie ‘Nieuwe Landgoederen, State of the Art’. Je zou zeggen dat het nieuwe landgoederen beleid succesvol is in Gelderland. De vraag is echter of de gebruiks-, toekomst- en belevingswaarde van het Gelderse landschap hiermee effectief verbeterd worden. Mark Hendriks berichtte in zijn bijdrage van 5 mei 2010 voor GeldersBouwmeesterschap.nl dat er wel wat valt af te dingen op de ontwerpkwaliteit van de nieuwe landgoederen. Totaal staan er 24 nieuwe landgoederen in dit boek, vrijwel de hele oogst aan nieuwe landgoederen in Nederland tot medio 2009. Voor beleid wat begin jaren 90 ontwikkeld is om particulieren substantieel bos aan te laten leggen is dat een geringe prestatie, mede omdat de meeste landgoederen behoorlijk klein zijn. In Gelderland varieert de oppervlakte van 5 tot 18 hectare. Dat levert maar weinig echt recreatief bruikbaar bos of natuur op. De openbare wandelpaden worden doorgaans aan de buitenrand van het landgoed gelegd en hoge hekken domineren het privédomein.

De oorsprong van nieuwe landgoederen
Het nieuwe landgoederen beleid is oorspronkelijk ontwikkeld om particulieren de aanleg van bos actief te laten ondersteunen. In 1993 werd namelijk een tekort aan bos in Nederland geconstateerd. “De behoefte aan bos in de samenleving is groot. Vergeleken bij de ons omringende landen is er gemiddeld per inwoner in Nederland slechts weinig bos aanwezig. Zelfs met inachtneming van het bosuitbreidingsprogramma van het Meerjarenplan Bosbouw neemt deze verhouding, door de bevolkingsgroei, nog verder af” aldus het ministerie van LNV in 1993. De bosbouw, zo redeneerde het ministerie, kan meerdere maatschappelijke doelen dienen. “Door bosbouw, gericht op aanleg, duurzame instandhouding en ontwikkeling van bos, wordt gestuurd in de functies die de bossen voor de samenleving vervullen. Bosbouw is een voorbeeld van duurzaam grondgebruik, waarbij recreatie, natuur en landschap, milieu en de produktie (sic) van een schone, vernieuwbare grondstof hand in hand gaan.” De voorgaande en andere redenen zoals verwoord in het Bosbeleidsplan zette staatssecretaris Gabor (landbouw en natuurbeheer) er toe aan om een commissie te laten onderzoeken hoe er, zonder gebruik te maken van rijksgeld, buiten de reeds vastgestelde bosuitbreiding van 25.000 hectare, meer bos aangelegd kan worden.

In januari 1993 kwam de Commissie Bosuitbreiding met haar advies. Eén van de manieren die de commissie voorstelde om in extra bos te voorzien, is de aanleg van bos door derden. Het advies werd dat jaar integraal overgenomen in de regeringsbeslissing ‘Bosbeleidsplan’. Het rijk vroeg bedrijven, landbouwers en particulieren om ‘de aanleg van bos actief te ondersteunen danwel zelf ter hand te nemen’ bijvoorbeeld op nieuwe landgoederen. Lagere overheden werd gevraagd ‘de ruimtelijke belemmeringen voor bosaanleg weg te nemen en actief in de bosuitbreidingen te participeren’. Een nieuw landgoed werd toen gedefinieerd als “een boscomplex met daarin een groot woonhuis van allure”. Later zijn ook de minimale omvang 5 of 10 hectare en het percentage van 90 procent publieke toegankelijkheid bepaald. In feite wordt een ruilconstructie voorgesteld. Een particulier mag een huis (rood) in het buitengebied bouwen wanneer deze ook toegankelijk bos (groen) aanlegt. Vandaar de term rood voor groen. Tot dan toe was het sinds de Tweede Wereldoorlog voor particulieren niet meer mogelijk om in het buitengebied woningen te bouwen. De rijksoverheid realiseerde zich dat zij, onbewust, een zeer grote woonvraag had gecreëerd. Een woonvraag waar een tegenprestatie tegenover gesteld kon worden. Dit heeft geleid tot een praktijk waarbij inkomsten uit woningbouw gebruikt worden om ruimtelijke plannen met maatschappelijke ambities voor het landelijk gebied te financieren. Omdat niemand werkelijk wist hoe een nieuw landgoed er uit moest zien, schreef het ministerie van LNV eind 1994 een besloten prijsvraag uit met de vraag “kunnen nieuwe landgoederen een waardevolle bijdrage leveren aan ruimtelijke kwaliteit, woonmilieudifferentiatie en de integratie tussen stad en land’.

Waar vraagt het platteland om?
Of Nederland een tekort aan bos per inwoner heeft vergeleken met de ons omringende landen valt te betwijfelen. Je zou je namelijk ook kunnen afvragen of Nederland een tekort aan bergen per inwoner heeft vergeleken bij de ons omringende landen. Hetgeen, wat mij betreft, wel vaststaat is dat de kwaliteit van het landelijk gebied op verschillende vlakken, zoals leefbaarheid, toegankelijkheid, natuurwaarde en identiteit, verstekt kan worden. Bosbouw als voorbeeld van duurzaam grondgebruik, waarbij recreatie, natuur en landschap, milieu en de productie van een schone, hernieuwbare grondstof hand in hand gaan en woonmilieudifferentiatie is dan wel logisch. Alleen vragen sommige landschapstypen niet om verdichting met bos, maar eerder om het herstel van houtwallen en paden. Daar zijn weer andere vormen van landgebruik te bedenken die nuttig zijn voor natuur, voedselproductie en recreatie. Met de wereldwijd sterk oplopende voedsel en energieprijzen is het bovendien belangrijk om de beschikbare grond in Nederland nuttig te gebruiken voor voedsel- of energiegewassen.

De toegankelijkheid van het platteland voor verschillende bewonersgroepen vraagt ook aandacht. Het nieuwe landgoederen beleid richt zich op het topsegment van de woningmarkt; de spreekwoordelijke Olivier B. Bommels. Deze doelgroep is klein en kan in belastingparadijs België of in Frankrijk voor een zachte prijs een kant en klaar landgoed kopen, met historie en al. Dat scheelt ook het bedenken van een historiserende naam met veel ‘ae’, ‘gh’, of ‘ck’ klanken. Daarbij zijn de barrières voor het aanleggen van een landgoed zoals LNV in 1993 al betoogde niet weggenomen. Op 9 juni jl. berichtte de Woonkrant van De Telegraaf in een artikel over nieuwe landgoederen ‘… de toekomstige landheer of –dame [zal] naast geld ophoesten ook een lange adem moeten hebben voordat de vergunningen van provincie, waterschap en gemeente rond zijn’. Bovendien is het in kleinschalige landschappen zeer lastig om de minimaal 5 a 10 hectare aaneengesloten grond te verwerven. Juist deze landschappen, waar in 2030 ongeveer 80% van de huidige boerenerven vrij zullen komen, zijn gebaat bij nieuwe impulsen, die de bruikbaarheid van het land voor oude en nieuwe bewoners, landbouw, natuur en recreanten verbetert zonder bestaande landschappelijke waarden aan te tasten. Harry den Hartog stelde in zijn bundel ‘Exurbia, Wonen buiten de stad’ uit 2006 het debat op scherp: “Juist het platteland biedt ruimte voor nieuwe samenwerkingsverbanden, functiecombinaties en innovatieve woonconcepten. Dit ‘nieuwe platteland’ zal een steeds belangrijker positie in gaan nemen binnen de netwerksamenleving. Het vraagstuk van het wonen op het platteland is hoofdzakelijk een ideologisch debat. Blijft buiten wonen alleen bereikbaar voor de welvarende enkeling of krijgt iedereen gelijke kansen?”

Vernieuwende concepten
Juist de leefbaarheid van het platteland is gebaat bij gelijke kansen. Gelijke kansen voor bestaande en nieuwe bewoners, jong en oud en rijk en arm. Het nieuwe landgoederen beleid bedient maar een zeer klein deel van dit spectrum. Zet dan liever in op concepten die de toegankelijkheid van het platteland voor alle bewonersgroepen en recreanten verbeteren. Aan u de lezer van deze website de uitdaging om deze discussie te voeden met mooie ideeën en geslaagde voorbeelden. Twee mooie voorbeelden die ik de afgelopen jaren van dichtbij heb leren kennen, zijn op internet te vinden via www.knooperven.nl en www.nieuwebuurtschappen.nl. Dat deze nieuwe concepten nu al in uitvoering zijn, bewijst dat ze meer te bieden hebben dan mooie woorden en beelden.

Michaël Meijer

 
afbeelding: Nieuwe invullingen voor oude boeren erven uit het knooperven-project.
(Franz Ziegler bureau voor architectuur en stedenbouw)

reacties

reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.