De Gelderse aanpak van windenergie

Een dialoog tussen provincie en gemeenten over windturbines - De klimaat- en energiecrisis is nog niet opgelost. We zullen daar nog veel voor moeten doen. Windturbines zijn één van de middelen om te voldoen aan de vraag naar duurzame energie. Op dit moment zijn vier windparken operationeel in Gelderland. Daarnaast zijn er in vele andere gemeenten projecten gestart. Op rijksniveau wordt de windenergiedoelstelling voor Nederland verhoogd. Dit heeft hoogstwaarschijnlijk gevolgen voor de Gelderse doelstellingen.

De provincie Gelderland had zich tot doel gesteld 140 megawatt (MW) windenergie te realiseren. De vier bestaande windparken zijn samen goed voor 36 MW (18 turbines). Het eerste park in Culemborg met drie turbines is in 2003 geopend, vervolgens is in Zutphen ook een park met drie turbines geopend. In 2008 opende Aalten het park Hagenwind met acht turbines. Tot slot kon het startsein voor vier turbines in Echteld langs de A15 worden gegeven. Deze vier vormen hopelijk de opmaat naar meer parken in Gelderland.

Om de huidige doelstelling te bereiken en op een hogere doelstelling te anticiperen, gaat de provincie Gelderland in dialoog met alle Gelderse gemeenten. Provinciale Staten hebben aangegeven liever geen windturbines te plaatsen in gemeenten die niet mee willen werken. Hierdoor wordt een andere houding van de provincie gevraagd. De provincie komt niet zeggen hoe het moet, maar komt vragen hoe verschillende overheden samen verder kunnen om de doelstellingen te halen en daarmee een steentje bij te dragen aan het klimaat- en energieprobleem. De vraag is waar in Gelderland de beste kansen voor windenergie liggen. De provincie zal proberen samen met gemeenten de juiste plekken te vinden voor windturbines. Naast het gesprek over windenergie zal gekeken worden naar de overige doelstellingen van de gemeenten op het gebied van duurzame energie.

Alle nieuw geïnstalleerde colleges worden bezocht door een tweetal ambtenaren, te weten een technisch inhoudelijk persoon en een ontwerper, om tijdens een gesprek de houding van gemeenten ten opzichte van windenergie en andere duurzame energiebronnen te onderzoeken, evenals de mogelijk geschikte locaties hiervoor binnen de gemeente. De basis voor dit gesprek tussen gemeenten en de provincie is een discussiestuk dat opgesteld is door de provincie Gelderland. Het discussiestuk is uitdrukkelijk niet bedoeld om de gemeenten te overtuigen van de nut en noodzaak van windturbines. Het geeft technische en landschappelijke achtergronden waardoor het gesprek vanuit een gemeenschappelijk uitgangspunt gevoerd kan worden.

Toevoegen van windturbines aan het bestaande Gelderse landschap
Het inpassen van windturbines in bestaande landschappen is niet mogelijk. De schaal van de ingreep is zo groot dat er sprake is van een nieuw landschap. Torens van meer dan honderd meter vragen meer aandacht dan alleen het aanplanten van lage bossages. Dit klinkt erger dan het is. We zijn in Nederland al eeuwen bezig met het aanpassen van het landschap naar onze eigen inzichten. Voorbeelden hiervan zijn de grootschalige ruilverkaveling, het droogleggen van polders, het afdammen van de Zuiderzee en het creëren van grote landschapsparken als Lingezegen. Het plaatsen van windturbines is onmiskenbaar een grote ingreep. De turbines zijn echter noodzakelijk en kunnen nieuw elan aan bestaande landschappen geven. Het toevoegen van windturbines maakt, samen met de bestaande lokale ondergrond, een nieuw landschap.

Vaak wordt er bij de zoektocht naar locaties voor windturbines alleen uitgegaan van bestaande wet- en regelgeving en negatieve criteria. Dan blijven automatisch de gebieden over zonder belemmeringen. Dit is echter geen goede manier om locaties voor windparken te zoeken. Beter is om te kijken waar windturbines iets aan het landschap kunnen toevoegen en eens door een roze bril te kijken naar de samenhang van turbines met het bestaande landschap. Een negatieve grondhouding ten opzichte van windturbines zal immers leiden tot versnippering, vervaging en verrommeling van het landschap. Als men blijft denken over windturbines als zijnde een afweging tussen duurzaamheid en het verpesten van het landschap zal er geen ruimtelijke kwaliteit ontstaan.

Voor het onderkennen van de positieve kansen voor het plaatsen van windturbines in Gelderland zijn in het discussiestuk dat naar de gemeenten is gestuurd positieve combinatiestrategieën geformuleerd zoals combinaties met infrastructuur, grootschalige industrie, productielandschappen, cultuurhistorische lijnen en nieuwe natuur. De combinatiestrategieën moeten leiden tot een integraal ontwerp van het windturbinepark en zijn omgeving. Veel van deze strategieën moeten nog verder verkend en uitgediept worden. De provincie willen deze verdieping graag samen met gemeenten aangaan.

Ontwerpen aan het landschap
Windturbines kunnen worden toegevoegd aan het bestaande landschap, maar dat vraagt wel om een integraal landschappelijk ontwerp. Vanuit het oogpunt van ruimtelijke ordening heeft het altijd voor de hand gelegen windturbines te combineren met zichtbare lijnen en elementen in het landschap zoals infrastructuur, dijken en erven. Deze ruimtelijke koppeling is al gelegd in de jaren ’80 van de vorige eeuw. De turbines waren toen echter een stuk kleiner. De gemiddelde masthoogte in het midden van de jaren ’80 was 60 tot 80 meter, terwijl de huidige turbines 80 tot 120 meter zijn en de ashoogte steeds hoger wordt. Hierdoor rijst de vraag of deze strategie nog houdbaar is en of we moeten zoeken naar andere of nieuwe plaatsingsstrategieën.

Zo kan er gedacht worden aan de koppeling van het ontwerp van windturbineparken aan grote industrieterreinen, aan een agrarisch productielandschap of aan (verdwenen) cultuurhistorische lijnen. Voor het plaatsen van windturbines in het landschap worden lijnopstellingen het meest toegepast. Naast deze opstelling kan er ook gekozen worden voor meervoudige lijnopstellingen en gridopstellingen. Deze opstellingen zijn compact van opzet en kunnen gebruikt worden bij grootschalige landschappen, landbouwgebieden, gebieden met veel dynamiek zoals stedelijke landschappen en plekken met een grote hoeveelheid grootschalige infrastructuur. In deze opstellingen is het van belang om een zodanige hoeveelheid turbines te plaatsen om de opstelling te kunnen begrijpen.

In bijna alle gevallen is een grid- of een lijnopstelling de beste keus. Soms kan het echter ook mogelijk zijn om te experimenteren met andere opstellingen. Het belangrijkste hierbij is dat de turbines op een goede manier aan het landschap worden toegevoegd en er aandacht wordt besteed aan de zichtlijnen en het verschijnen en verdwijnen van de turbines vanuit verschillende posities. Ze moeten zo geplaatst worden dat er een spannend spel ontstaat tussen “zien” en “voelen” van de turbines.

Binnen alle plaatsingsstrategieën is het van belang om goed na te denken over het minimum aantal benodigde turbines. Dit wordt mede ingegeven door een wens om parken te ontwikkelen die substantieel bijdragen aan de energieopgave. Daarnaast is het van belang om een rustig beeld te ontwikkelen en dat het ontwerp begrepen wordt.

Het ruimtelijk ontwerp van de windturbineparken is niet alleen technisch van aard. Het is een culturele opgave aangezien het landschap en de lokale identiteit zullen veranderen. Het is van belang om de nieuwe parken op een goede manier te koppelen aan de ondergrond. Een voorwaarde voor een geslaagd windpark is een landschapsanalyse en ontwerp dat op een logische manier het landschap verbindt met de turbines. Dit kan bijvoorbeeld door het aanplanten van nieuwe landschappelijke elementen of juist het weghalen hiervan. Een visie en een landschappelijk verhaal is onontbeerlijk.

Als er te veel parken op een te kleine afstand van elkaar liggen, kan er sprake zijn van visuele interferentie. Dit ontstaat als verschillende parken met verschillende opstellingen en verschillende turbines in een samenhangend landschap worden geplaatst. Mensen kunnen niet overzien wat er aan de hand is, waardoor een verrommeld beeld ontstaat. Visuele interferentie kan worden voorkomen door voldoende afstand tussen de parken te houden of door de parken in samenhang met elkaar te ontwerpen zodat een begrijpelijk en rustig ruimtelijk geheel wordt gecreëerd. Als parken binnen vier kilometer van elkaar worden gerealiseerd zal een onderzoek, met visualisaties, kunnen aantonen dat er al dan niet sprake is van visuele interferentie. Als er verschillende parken in relatie met elkaar worden ontworpen is het van belang dat er enige mate van samenhang bestaat. Het is het beste als dezelfde turbines met dezelfde hoogte en dezelfde tussenafstanden worden gerealiseerd.

Bij het ontwerp van de directe omgeving van de windturbines moet aandacht besteed worden aan ogenschijnlijke details. Zo is het belangrijk dat er nagedacht wordt over bijvoorbeeld flankerend groen, de toegang tot de turbine (moet de bouwweg aanwezig blijven na oplevering of kan deze vervangen worden door een minder opvallende weg) of parkeergelegenheid voor monteurs. Naast een grootschalig ruimtelijk ontwerp is het wenselijk dat er ook een plan ontwikkeld wordt voor de directe overgang van de turbines naar de omgeving.

Vervolg
Na de gesprekken met de gemeenten zal er een beeld ontstaan over de animo van verschillende gemeenten ten opzichte van windenergie alsmede overige duurzame energieopwekking. Dit zal teruggekoppeld worden aan Provinciale Staten. Afhankelijk van de houding van de gemeenten zal er een koers bepaald worden die er toe zal leiden de doelstellingen van de provincie en de mogelijke hogere doelstelling vanuit het rijk te behalen.
 

reacties

reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.