dossier Gelderse bouwmeesters 3

In gesprek met Gerard Alberts en Piet Vermeer, specialisten ruimtelijke ordening van de gemeente Putten.
De heren Alberts en Vermeer zijn samen verantwoordelijkheid voor het beleid Ruimtelijke Ordening in de kern Putten. Ze vormen een waar duo: het lukte niet om een afspraak te maken met de een zonder de ander. Ze stonden erop het interview met zijn tweeën te geven.
Gerard Alberts heeft in het begin van zijn loopbaan gewerkt bij de gemeenten Almelo, Vledder en Ermelo. Vanaf 1981 werkt hij in Putten als beleidsmedewerker ruimtelijke ordening. Piet Vermeer is via een omweg bij de gemeente terecht gekomen. Hij is begonnen als metaalbewerker. Ruim twaalf jaar heeft hij bij de gemeente Dronten gewerkt, eerst als landmeetkundig medewerker en vanaf 1985 als stedenbouwkundig tekenaar. Sinds 1992 is hij planologisch medewerker bij de gemeente Putten en sinds vijf jaar tevens bedrijfscontactfunctionaris.
Beide heren vullen elkaar heel goed aan. Alberts richt zich vooral op juridische en beleidsmatige aspecten, Vermeer is verantwoordelijk voor de ruimtelijke aandachtspunten. Wat betreft karakter zijn ze tegenpolen: Alberts is voorzichtiger en Vermeer veel directer. Door de grote variatie in hun werkzaamheden hebben ze het naar hun zin. Ze zijn oprecht trots op hun directe invloed en de vele mooie ontwikkelingen die daardoor plaatsvinden.

Binnenstedelijke plannen
Alberts en Vermeer behandelen al het beleid op het gebied van ruimtelijke ordening, vooral in het stedelijke gebied zoals inbreidingsplannen en kleine bouwplannen. Zo heeft Vermeer onlangs een buurtje van 55 woningen ontworpen op het terrein van de Da Costa School. Daarbij komen allerlei aspecten aan de orde, zoals duurzame stedenbouw, energie en politiekeurmerk. De gemeente heeft geen adviseur meer in dienst, maar vraagt bij grotere plannen offertes aan verschillende bureaus. Zo begeleidt Alberts de ontwikkeling van de nieuwbouwwijk Bijsteren. Maar zoals ze zeggen: “die grote plannen zijn helemaal niet zo moeilijk. In de kernen is het veel complexer. Denk aan grondeigendom, verschillende actoren, politieke belangstelling, afstemming met omwonenden. Dus dat doen wij dan!”
Elk plan wordt eerst getoetst aan de hand van drie rapporten: een met de stedenbouwkundige randvoorwaarden voor de bebouwde kom (SRBK), de Inbreidingsnota en de welstandsnota. De SRBK en de Inbreidingsnsota zijn al zo’n 10 jaar oud, maar nog steeds heel goed bruikbaar als actueel toetsings- en referentiekader bij de ruimtelijke inpassing van nieuwbouw en bij functiewijzigingen. Daarnaast is Welstand een belangrijk onderdeel van het gemeentelijk ruimtelijk kwaliteitsbeleid.

Vermijd star beleid
Meestal gaan Alberts en Vermeer eerst samen kijken op de locatie. Als ze tot de conclusie komen dat en wat er mogelijk is, schrijft Vermeer een notitie met ruimtelijke randvoorwaarden. Daarin wordt ook aspecten opgenomen die hij zelf mooi of gepast vindt, zoals de uitstraling van balkons. De nota wordt vaak besproken met de welstandsadviseur. Daarna wordt contact opgenomen met adviseurs en/of bewoners.
Kwaliteit maak je volgens Vermeer met zijn allen. Architecten komen bijvoorbeeld vaak eerst een praatje maken, en dan bouwen ze samen met de gemeente een visie op. Ook de bewoners worden vroegtijdig bij de plannen betrokken. Ze worden op het gemeentehuis uitgenodigd in een stadium dat de plannen nog niet ver zijn uitgewerkt.
Hoewel er veel in nota’s is vastgelegd, vinden ze dat het beleid niet star mag zijn. Als er dus een heel mooi plan wordt ingediend, dat niet past in de nota’s zoeken ze toch een mogelijkheid om in goed overleg te proberen dat toch voor elkaar te krijgen. Soms kan dat door gebruik te maken van de vrijstellingsmogelijkheden van het bestemmingsplan, soms moet er een nieuw bestemmingsplan worden gemaakt. De informele werkwijze wordt ondersteund door de korte lijnen in het gemeentehuis. De deur van de wethouder staat altijd open. Ze kunnen vrijwel op elk moment van de dag bij ze binnenlopen. En het helpt ook dat wethouders in Putten meestal geen eendagsvliegen zijn.

Veranderingen in het woningaanbod
Het afgelopen jaar is de gemeente geconfronteerd met tegenvallende woningbouwcijfers, omdat de woningbehoefte lager is dan verwacht. Maar er is meer aan de hand. De doorloop stagneert, omdat nieuwkomers op de markt geen huizen kunnen kopen. Eigenaren van goedkope woningen blijven zitten, omdat ze de duurdere woningen niet kunnen betalen. Woningen met korting daarentegen lopen prima. Ook worden teveel appartementen gebouwd terwijl woningen voor een specifieke groep ontbreken. Er is juist behoefte aan levensloopwoningen en kleinere eengezinswoningen. In Bijsteren zijn bijvoorbeeld patiowoningen gebouwd voor 55-plussers, mooie huizen op een prima plek met een slaapkamer op de begane grond en met een kleine tuin. Die woningen waren snel verkocht.

Meer groen en een dorps karakter
Wanneer het begrip ruimtelijke kwaliteit ter sprake komt, vraagt Gerard Alberts zich af wat ruimtelijke kwaliteit is en wie dat bepaalt? Zelf toetsen ze niet vanuit een theorie over ruimtelijke kwaliteit of identiteit. Ze gebruiken de genoemde nota’s en proberen tevens invulling te geven aan de politieke wens in Putten om het centrum een meer dorpse en groene uitstraling te geven. Het huidige centrum heeft te weinig groen en teveel obstakels zoals Amsterdammertjes. Ze willen graag meer levendigheid door terrasjes. De heren vinden het overigens niet altijd even eenvoudig om ruimtelijke kwaliteit te realiseren. Dit komt omdat het begrip niet echt leeft in de gemeente. Men denkt vaak dat ruimtelijke kwaliteit veel geld kost. Ook spelen er in het centrum vaak belangenverschillen met ontwikkelaars.

Provincie Gelderland
De gemeente heeft regelmatig contact met de provincie, zowel ambtelijk als bestuurlijk. De provinciale structuurvisie (voorheen streekplan) is erg belangrijk en bepaalt voor een deel de planologische speelruimte die je als gemeente hebt. Zoals de naam al aangeeft liggen inbreidingslocaties binnen de stedelijke contouren en kan er veel. De laatste tijd lopen ze echter wel tegen de beperkingen op van het Kwalitatief WoonProgramma. Door de afgenomen de woningbehoefte zal een aantal (kleine) woningbouwprojecten onvermijdelijk worden uitgesteld of in het ongunstigste geval worden geschrapt.
Het contact met de provincie beperkt zich overigens niet tot de formele toetsingsaspecten. Hoewel ze zelf bijvoorbeeld nog geen ervaring hebben met de jaarprogramma’s ruimtelijke kwaliteit van de provincie, merken ze wel dat de provincie – ook in het licht van de veranderde rol van de provincie – allerlei initiatieven ontplooit, waarmee de gemeenten bij gebiedsontwikkelingen hun voordeel kunnen doen. Het Gelders Bouwmeesterschap is er daar een van.
 
Lees de voorbeelden die Alberts en Vermeer aanspreken binnen de gemeente Putten:
enkele zorgcomplexen en nieuwbouwwijk Bijsteren

Vincent Grond
September 2010

reacties

reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.