Bouwhistorisch onderzoek

Historische gebouwen zijn een belangrijke bron voor het onderzoek naar de geschiedenis van onze cultuur. In de vormen, constructies en materialen liggen onvervangbare waarden en informatie opgesloten die niet zijn vast te leggen in boeken, tekeningen of foto’s. Het spreekt haast voor zich dat we voorzichtig om moeten gaan met dit bijzondere archief.

In de afgelopen decennia is de interesse voor cultuurhistorie enorm toegenomen. Wie een ingreep aan een gebouw wil doen, moet steeds vaker verantwoorden in welke mate de waarden van het gebouw worden aangetast en in welke mate de leesbaarheid van de informatie in het gebouw wordt verbeterd of verslechterd. Om deze aspecten goed mee te kunnen wegen bij besluiten over ingrepen, is in sommige gevallen een bouwhistorisch onderzoek nodig.

Bouwhistorisch onderzoek analyseert gebouwen of complexen van gebouwen aan de hand van de onderlinge samenhang, de vorm, de constructies, de gebruikte materialen en de afwerking. Er wordt geprobeerd om de bouw- en gebruiksgeschiedenis aan het licht te krijgen, door de verschillende bouwfasen te ontrafelen. Hoewel door de bouwhistoricus ook bijvoorbeeld historische kaarten en foto’s worden gebruikt, is het gebouw of het gebouwencomplex zelf de belangrijkste gegevensbron voor zijn eigen geschiedenis.

Bouwhistorisch onderzoek kan voor verschillende doelen worden ingezet. Het meest gebruikelijk is onderzoek naar een individueel gebouw voorafgaand aan een restauratie of verbouwing. Een dergelijk onderzoek bevat een ‘interne waardenstelling’: een onderlinge vergelijking en waardestelling van de verschillende onderdelen van één bouwwerk. Welke onderdelen hebben een hoge waarde en moeten behouden worden? Op welke plekken in het gebouw is ruimte voor aanpassingen?

Eigenaars en architecten nemen de onderzoeksresultaten en de daaruit voorkomende waardestelling als uitgangspunt voor verbouwingen. Overheidsdiensten kunnen ze gebruiken als toetsingskader voor een vergunning.

Bouwhistorisch onderzoek is steeds maatwerk op verschillende niveaus: van een globale inventarisatie tot een gedetailleerde (deel)ontleding. Voor een volledige interne verbouwing zal een uitgebreider onderzoek nodig dan voor het reconstrueren van een roedenverdeling in een schuifraam.

Meer praktische informatie en richtlijnen voor bouwhistorisch onderzoek vindt u in ‘Richtlijnen bouwhistorisch onderzoek’.

Met bouwhistorisch onderzoek kunnen ook selecties worden opgesteld ten behoeve van monumentenlijsten of een bijdrage worden geleverd aan waarden- of verwachtingskaarten van gebieden.

Op bouwhistorische waarden- of verwachtingskaarten worden niet alleen de beschermde monumenten aangegeven, maar ook alle panden met mogelijke ‘verborgen’ of verwachte waarden. In zo’n geval heeft de onderzoeker aanwijzingen dat een gebouw bouwhistorische waarden bevat. Aan de bouwhistorische waarden- of verwachtingskaart kunnen regels worden gekoppeld die de (verwachte) waarden beschermen. Het kan gaan om sloop van historische panden te verbieden of te ontmoedigen en/of bouwhistorisch onderzoek bij voorgenomen wijzigingen te eisen. Steeds vaker worden dit soort regelingen opgenomen in bestemmingsplannen.

Meer informatie over bouwhistorie in de planologie vindt u in de brochure “Bouwhistorisch onderzoek werkt!”.

Voor meer informatie over bouwhistorie: b.overbeek@geldersgenootschap.nl.

 

reacties

reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.