Belgische toestanden in Gelderland?

De kranten stonden er vorige week vol mee. Minister Schultz van Haegen heeft de nieuwe ontwerp-structuurvisie infrastructuur en ruimte gepresenteerd. ‘Het roer moet om in de gebiedsontwikkeling’ zei ze al enkele maanden geleden. Kort gezegd moet er minder overheidsbemoeienis zijn met de ruimtelijke ordening, meer markt en meer decentralisatie van taken naar provincies en gemeenten. Minister Schultz gaf aan zulke goede herinneringen te hebben aan België, waar ze een deel van haar jeugd doorbracht: ‘het mag in Nederland ook best wat rommeliger en minder eenvormig’.

Wanneer ik denk aan België, denk ik vooral aan milieuvervuiling, een verpest platteland door de vele lintbebouwing, en foeilelijke ‘paleisjes’ van huizen die her en der zijn neergezet. Maar misschien ben ik te rigide en te geordend en valt het allemaal wel mee met het nieuwe beleid van onze minister?

Een paar grepen uit het nieuwe beleid

Afspraken over nieuwe woonwijken, bedrijventerreinen, groen en landschappen worden in het vervolg overgelaten aan provincies en gemeenten. Gemeenten mogen voortaan zelf bepalen waar nieuwe bedrijven en woningen gaan komen.´Ik ga niet meer voorschrijven waar ruimte moet zijn voor volkstuintjes of sportvelden´ zei Minister Schultz op 14 juni tijdens de presentatie van de nieuwe ontwerp–structuurvisie. ‘Daar zijn gemeenten mans genoeg voor’. Gevolg is dat gemeenten die nu niet mogen bouwen, straks weer kleinschalige woonwijkjes op bijvoorbeeld de Veluwe mogen realiseren. Ook de aanleg van bedrijventerreinen langs snelwegen (zogenaamde zichtlocaties) zijn weer mogelijk, aangezien de beschermde snelwegpanorama’s (ingesteld door de vorige minister mw. Cramer) komen te vervallen. Steden mogen in de nieuwe visie weer aan elkaar groeien.

Belgische toestanden?

Het nieuwe beleid lijkt snel te leiden tot Belgische toestanden. Lintbebouwing langs snelwegen, nationale landschappen die verdwijnen, buren die ongebreideld hun huis mogen uitbouwen. Maar zijn deze gevaren wel zo reëel? Het nieuwe beleid is namelijk een voortgang van het meer liberale beleid dat de voorganger van minster Cramer (PvdA), minister Dekker (ook VVD) al neerzette. De provincies werden toen een zogenaamde ‘regisseur van de ruimte’. En milieuorganisaties spraken toen ook al over het failliet van de ruimtelijke ordening. Toch lijkt de praktijk uit te wijzen dat de ruimtelijke ordening prima in handen is bij provincies. Althans bij de provincie Gelderland waar bijvoorbeeld nog nooit zoveel sturing op bedrijventerreinen is geweest (regionalisering i.p.v. lokale concurrentie tussen gemeenten etc). In Gelderland lijkt de provincie prima in staat ons unieke landschap te beschermen tegen verrommeling. Wellicht dat de problemen zich vooral in het westen afspelen waar de druk op ruimte veel groter is?

Bovenaan een typische rijtjeshuizen in België, hierboven een rijtje in Nederland.
Minister Schultz kiest voor België, wat vindt u mooier?

Unieke landschappen

Het is meer de toon van de minister en het nodeloos afschaffen van beleid, die negatieve reacties oproepen. Waarom is het noodzakelijk pas ingezet beleid rondom snelwegpanorama’s en nationale landschappen af te schaffen? Weet de minister wel dat de Nederlandse landschappen vooral uniek zijn doordat er vaak is gekozen voor het bouwen van steden in hoge dichtheden in combinatie met een open landschap? Deze unieke Nederlandse aanpak zou zeker een uitgangspunt moeten blijven in de ruimtelijke ordening. Gelukkig gaf minister Schultz aan dat bij nieuwbouw van woonwijken en bedrijventerreinen nog steeds eerst moet worden gekeken of er ook in de bestaande stad kan worden gebouwd. Hiermee zet zij een belangrijk ordeningsprincipe voort die met de SER ladder is ingezet. Maar als het iets te moeilijk wordt, houdt de minister dan ook stand? Niet echt hoopvol is het feit dat bijvoorbeeld de nationale landschappen hun status verliezen. Doodzonde, want het concept van nationale landschappen is nog maar pas ingevoerd en was vooral een succesvol marketinginstrument voor regio’s in plaats van een beperkende wetgeving. Dat moet een VVD minister toch aanspreken! Iets meer verdieping in het bestaande beleid door de minister zou hier op zijn plaats zijn geweest.

De eindgebruiker meer centraal

De laatste decennia zijn er natuurlijk wel fouten opgetreden in het ruimtelijke ordeningsbeleid beleid in Nederland die reparatie verdienen. Zo hebben het Rijk, stedenbouwkundigen, ontwikkelaars en gemeenten bijvoorbeeld gedrochten van Vinexwijken gecreëerd. Deze grootschalige nieuwbouwwijken waren veel meer gericht op kwantiteit dan op kwaliteit. Voorzieningen ontbreken vaak nog steeds in deze wijken en in de toekomst zullen veel Vinexwijken de concurrentie gaan verliezen met de bestaande stad. Ook is er in de ruimtelijke ordening vaak totaal geen ruimte geweest voor input van de eindgebruiker; de toekomstige bewoner of ondernemer van een gebied. Bijna alle (grootschalige) projecten worden, nog steeds, uitgevoerd door projectontwikkelaars en gemeenten zonder al te veel consultatie van de eindgebruikers. Maar of het nieuwe beleid van minister Schultz zal leiden tot meer klantgericht denken? Tot nu toe lijkt alleen de crisis op de woningmarkt marktpartijen en gemeenten te kunnen dwingen om klantgerichter te werk te gaan. In dit kader is het vreemd om te refereren aan België. Heeft de minister na haar jeugd hier nog wel eens rondgereden? Er zijn volgens mij weinig voorbeelden te vinden die aansluiten bij de wens van de Nederlandse woonconsument!

Risico van concurrerende gemeenten

Oké, we geven de minister voorlopig op dit punt het voordeel van de twijfel; meer oog voor de eindgebruiker is zeker niet verkeerd. Wel zullen provincies nog dichter op de ruimtelijke ordening moeten gaan zitten. Het risico bestaat namelijk dat een enkele gemeente zich niets aantrekt van de wens om stad en land gescheiden te houden, en gemakkelijk vergunningen afgeeft voor ‘weidewinkels’ en ‘zichtlocaties’. Emeritus hoogleraar Barrie Needham waarschuwt in de NRC van 14 juni jl. Voor een zogenaamde ‘race to the bottom’. Gemeenten gaan elkaar onderling beconcurreren om bijvoorbeeld grootschalige detailhandelsbedrijven binnen te halen en laten daarvoor alle normen vallen. Daarom zal toezicht van provincies steeds belangrijker worden. Zeker nu het toezicht van het Rijk op de provincies wegvalt. De heer Needham heeft hier, denk ik, een goed punt. Hierbij heb ik het vertrouwen dat de provincie Gelderland haar regisserende rol steeds meer oppakt. En gelukkig kleeft er ook een voordeel aan de trage besluitvorming in de ruimtelijke ordening: tegen de tijd dat er toch nog echt schade dreigt op te treden door het nieuwe beleid van minister Schultz, is er een nieuwe minister die de nationale landschappen en snelwegpanorama’s weer in ere herstelt.

Wat denkt u over het nieuwe beleid van minister Schultz – van Haegen?

Laat hieronder uw reactie achter.

 

Robert Lautenbach

 

Bronnen:
NRC Handelsblad, 14 juni 2011
www.IKCRO.nl   

reacties

reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.