Apeldoorn kan eindelijke verder bouwen aan haar kanaalzone (als Brussel het goed vindt. . )

Ook de plannen voor de kanaaloevers in Apeldoorn hebben een stevige tik gekregen van de crisis. De bouw van de 'Schatkamer van Zuid' kan nu echter van start gaan. Het plan omvat veel minder woningen dan aanvankelijk bedoeld, maar dankzij extra bijdragen van de provincie en de gemeente, het schrappen van de parkeergarages en de keuze voor een zo gestandaardiseerd mogelijke bouwsystematiek is de exploitatie toch rondgekomen. De provincie wil de extra exploitatiesubsidies wel getoetst zien aan de EU regels voor staatssteun.

De uitspraak wordt begin oktober verwacht en dan kan alles snel gaan, want alle procedures zijn doorlopen, en er ligt een architectonisch ontwerp waar iedereen enthousiast over is dat toch binnen de krappe budgetten blijft.


De huidige situatie vertoont alle tekenen van vergane glorie. Een in onbruik geraakt industrieterrein, met grote gaten van gesloopte complexen. Er zijn alleen nog verwijzingen naar de nijvere levens die hier werden geleefd. Grote schaalcontrasten: de bedrijfsgebouwen - in de loop van de tijd aan alle kanten uit- en aangebouwd - zijn van een heel ander orde dan de woningen eromheen. Maar juist dat bepaalt de unieke sfeer die hier hangt: kleine arbeidershuisjes ruim in het groen, pal naast grote fabriekscomplexen en grote villa's van de directeuren. Bijzondere gebouwen waarin velen hun brood hebben verdiend. Misschien zijn ze niet altijd even mooi, maar ze horen bij deze plek, ze bepalen het unieke karakter en ze vormen een verbinding met het verleden.

Het structuurplan uit 2005 ging uit van een vrijwel volledige herontwikkeling van het gebied. Bijna alles zou worden gesloopt om plaats te maken voor een nieuw hoog stedelijk woonmilieu dat aansluit bij de grote schaal van de lange lijnen waar het plan tussen ligt: het kanaal en de dijk.
Dit bleek een onbegaanbare weg, niet alleen werden banden met het verleden doorgesneden, het bleek ook onverkoopbaar. Onder druk van de gewijzigde marktomstandigheden is gekozen voor een radicaal andere ontwikkelstrategie: "Laat zoveel mogelijk staan wat staan kan blijven en knap het op, maak het geschikt voor hergebruik, en laat wat je dán hebt het kader zijn en de sfeer bepalen voor de rest van de ontwikkeling. Dan hoeft er minder te worden aangekocht en gesloopt en snijdt het mes van twee kanten". Het stedenbouwkundig plan van Andries Geerse uit 2010 is het resultaat van deze strategie. Het spaart zoveel mogelijk woningen en bedrijfsgebouwen. Zo ontstaan verschillende sferen in het gebied. De buurt behoudt haar complexiteit en schaalcontrasten. Deze benadering kan rekenen op een breed draagvlak onder omwonenden en belangstellenden. De relatie met het verleden wordt gevoeld en gewaardeerd.

actueel                          structuurplan 2005                stedenbouwkundigplan 2010

Wat eerst als wasteland werd gezien - afval van een afgedankt verleden - wordt in de loop van enkele jaren geheel anders gewaardeerd. De sporen van het verleden worden nu gekoesterd, oude fabrieksgebouwen met hun bijzondere constructies worden weer gezien als mooi, de functionele logica die geen functie meer heeft blijft fascinerend, en uitdagend. Welke nieuwe functies kunnen we kwijt in die mooie ruimtes? Voor de nieuwe gebruikers is het een meerwaarde. Het beeldkwaliteit plan van Andries Geerse heet dan ook 'Schatkamer van Zuid' en dat is de roepnaam van het plan gebleven.

Het Koldewijn complex op de noordoosthoek van het plangebied. Het is inmiddels gesloopt maar voor velen nog een levendige herinnering. Het woongebouw dat op deze hoek zal verrijzen heet weer Koldewijn en zal een herinnering levend houden.

De nieuwe kijk op een industrieterrein is mede mogelijk geworden door het slimme interactieve planvormingsproces. In klankbordgroepen en workshops met de 'keyplayers' en omwonenden werd aan maquettes gewerkt zonder dat er vastomlijnde plannen waren. Daar kwam de samenhang van alle aspecten van de opgave aan de orde. Daar kon iedereen zijn verhaal kwijt, en dat kwam, op de een of andere manier, terug in het volgende planstadium. Iedereen werd zo drager van het plan.

Er blijft dus een flink aantal woningen en bedrijfsgebouwen of onderdelen daarvan staan en de nieuwbouw is geïnspireerd op de industriële sfeer daarvan. De appartementenblokken die op de plek van de fabriekscomplexen verrijzen moeten 'woonfabrieken' worden. Zij zullen zorgen voor het voortbestaan van de grote schaalcontrasten. Ook de geschakelde woningen krijgen het beeld van bedrijfsloodsen. Donker metselwerk, veel repetitie en grootschalige elementen geven de woningen een stoer karakter. Door zorgvuldige detaillering blijft de individuele woning herkenbaar. In de woningen is ruimte voor flexibel gebruik, werkfuncties aan huis zijn nadrukkelijk mogelijk gemaakt. In het ontwerp van de buitenruimte wordt dit karakter doorgezet: betonplaten en gebakken materialen geven de vloer een utilitair karakter. Sparen en herstel geldt ook voor het groen. Langs het kanaal en de dijk worden bermen en bomenrijen hersteld en in het hart van de buurt blijven zoveel mogelijk bomen staan.

De verschillende aanpassingen hebben de plannen dus geen kwaad gedaan, integendeel. Door minder te slopen en minder te bouwen is de stedelijkheid van het plan misschien afgenomen, maar het Apeldoornse karakter is veel sterker geworden. Het zal een woonbuurt zijn, waarin het verleden voelbaar blijft en voor een authentieke sfeer zorgt. Daarbij komt natuurlijk dat in deze marktsituatie ook bij de aanbesteding het onderste uit de kan kon worden gehaald. Maar liefst zeven aannemer-architectcombinaties hebben op de aanbesteding van de eerste fase gereageerd, met volledig uitgewerkte voorlopige ontwerpen. Omdat de financiële kaders strak vastlagen, kon scherp op kwaliteit worden geselecteerd. Het plan van Nijhuis bouw bv met De Architectenwerkgroep Tilburg en KAW architecten en adviseurs is onbetwist winnaar. De architecten zijn er in geslaagd de sfeer van een oud bedrijventerrein en het utilitaire karakter te behouden en de een daarbij passende sfeer uitstekend vorm te geven. Daarbinnen zijn ruime, lichte en bijzonder flexibel bewoonbare woningen gerealiseerd. Helaas kunnen we niet meer dan het bijgaande plaatje laten zien. De presentatie van het plan wacht immers op groen licht uit Brussel.

Opnieuw blijkt dat de crisis kansen biedt. De veranderende markt dwingt tot opnieuw nadenken over randvoorwaarden en uitgangspunten en maakt nieuwe kwaliteiten mogelijk. Alle partijen moeten daarin echter wel extra investeren en dat kan niet eindeloos voortgaan, maar vooralsnog is hier iets bijzonders uit de markt geklopt, áls Brussel het goed vindt...

Maarten de Vletter, Verbano

September 2011

 

reacties

reageren

De inhoud van dit veld is privé en zal niet openbaar worden gemaakt.